Toragedeelte: Ki Tavo (Opdat gij zult komen)
Toralezing: Deuteronomium 26:1-29:8
Profetische lezing: Jesaja 60:1-22
G-d verandert niet, want dat hoeft Hij niet omdat Hij volmaakt is. Hij is niet alleen volmaakt, maar ook heilig. Daarom kan Hij, hoewel Hij de mens genade kan schenken en barmhartig kan zijn, de zonde niet zomaar negeren. Vaak is mij gevraagd: als de dood van de Messias de prijs voor alle zonden betaalt, waarom kan G-d dan niet gewoon iedereen vergeven en hen toelaten tot Zijn Koninkrijk? Het antwoord is dat men, om vergeving te ontvangen, daar in geloof om moet vragen. Als men niet op de juiste manier reageert op Gods genadige voorziening, zal men Zijn oordeel ondergaan. In de Torah-lezing van deze week lezen we over een reeks zegeningen en vloeken. In het gedeelte over de vloeken staat:
“…en er zal geen verlosser zijn.” Deut. 28:29
Deze zin staat aan het einde van een lange lijst van rampen die HaShem Zelf over Israël zal brengen als zij niet op de juiste manier op Zijn woord reageren. Er bestaat een methode om de Schrift te interpreteren die ‘Kal v’chomer’ heet, wat in feite betekent: ‘als het kleine zo is, hoeveel te meer dan het grotere’. In de context van dit gedeelte zou deze methode zeggen dat als G-d Israël met zulke strenge oordelen zou straffen en geen oplossing zou bieden voor het niet reageren op Zijn woord, hoeveel te meer zou dat dan gelden voor de andere naties en volkeren.
De reden waarom ik dit onderwerp ter sprake breng, is dat ik zowel van rabbijnen als van christelijke predikanten steeds vaker hoor dat er alleen maar goeds van G-d kan komen. Hoewel het waar is dat al het goede inderdaad van HaShem komt, zoals Jakobus zegt in Jakobus 1:17, betekent dit niet dat er alleen maar goede dingen van G-d kunnen komen. Er is een groeiende neiging bij mensen om zich niet bezig te houden met zaken die onaangenaam zijn of die hen niet interesseren. Een volgeling zijn van de God van Israël betekent gehoorzamen zonder dat persoonlijke overwegingen ertoe leiden dat men in opstand komt tegen de wil van HaShem. Dat brengt mij bij de echte struikelblok voor mensen, en dat is het kruis. Het kruis stond symbool voor dood en lijden, twee dingen waar de meeste mensen niet naar verlangen. Theologisch gezien belichaamt het kruis het punt waarop de wereld en HaShem met elkaar in botsing komen. De wereld haat het kruis omdat het het symbool is van veroordeling. Met andere woorden: het kruis maakt duidelijk dat ik zondig ben en mezelf niet kan redden; dat ik afhankelijk ben van Zijn verlossingswerk.
Binnen de „gelovige” gemeenschap is er een tendens om afstand te nemen van het bloed, het offer en het oordeel. Deze drie zaken houden natuurlijk allemaal verband met het kruis. Terugkomend op onze parasja lezen we:
„Vervloekt is hij die de woorden van deze Thora niet in acht neemt – om ze na te leven – en het hele volk zei: amen.” Deut. 27:26
Ik betwijfel of er, mocht Mozes vandaag de dag op een bijeenkomst van gelovigen verschijnen en dit vers aanhalen, ook maar heel weinig mensen zouden reageren op deze manier. Waarom? We zijn vergeten dat gehoorzaamheid – door daden – de kern vormt van trouw en het juiste antwoord is op de genade die redt. Ja, genade en genade alleen redt, maar wie deze genade heeft ervaren, heeft het verlangen om de wil van G-d te doen.
Laten we deze Sabbat bidden dat God je laat zien hoe je je kruis kunt opnemen en Jezus kunt volgen.
Artikel geschreven door dr. Baruch Korman


