24 juli 2029
Toragedeelte: Va’etchanan (En hij smeekte)
Toralezing: Deuteronomium 3:23-7:11
Profetische lezing: Jesaja 40:1-26
Deze week hebben we de dag herdenkt waarop de verwoesting van de Tempels wordt herdacht: Tisha B’Av. Met het einde van deze vastendag loopt de drie weken durende rouwperiode ten einde. Deze Sabbat gaan we een nieuwe periode in: de zeven Sabbats tussen Tisha B’Av en Rosj Hasjana. Het hoofdthema is het begrijpen van de troost die HaShem Zijn volk biedt door middel van de Messias. Omdat Rosj Hasjana door de rabbijnen in verband wordt gebracht met het Koninkrijk van G-d, laat de troost die in de zeven profetische passages wordt besproken een verband zien tussen deze troost en de verlossing die HaShem aanbiedt als middel om gereed te gemaakt te worden voor het binnengaan in Zijn Koninkrijk.
In deze passage uit Jesaja staat de beroemde uitspraak die over Johannes werd gedaan toen hij het volk aan de oevers van de Jordaan tot bekering opriep,
“Een stem roept in de woestijn: ‘Maak de weg vrij voor HaShem; baan een recht pad in de woestijn voor onze God…” Jesaja 40:3
Als men de hele paragraaf uit Jesaja leest, wordt duidelijk dat de tekst simpelweg zegt: bereid je voor op G-d, Die op het punt staat Zijn volk te bezoeken. Het is veelzeggend dat in het Nieuwe Verbond precies dezelfde tekst wordt gebruikt om het begin van Jesjoea’s openbare bediening aan te kondigen. Wat is het verband tussen deze twee gebeurtenissen?
Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is simpelweg dat HaShem Zijn volk bezoekt en de troost schenkt die Zijn volk uiteindelijk zal verlossen, en wel door middel van de Messias. Dit is waar, maar er moet een vollediger begrip worden erkend. Dit leidt tot de tweede mogelijkheid. Deze houdt in dat de Messias niet alleen God vertegenwoordigt, maar dat Hij Zelf God is. Daarom zijn beide mogelijkheden juist. Met andere woorden: het gebruik van deze profetie, die de komst van God aankondigt en in vervulling gaat in het werk van de Messias Jesjoea, is een van de vele passages in het Nieuwe Verbond die wijzen op de Goddelijkheid van de Messias.
Verderop in deze profetische tekst wordt vermeld dat er Iemand is die namens G-d zal regeren. Deze wordt doorgaans aangeduid als de „Arm van de Heer”,
“Zie, de Heer God zal in kracht komen, en Zijn arm zal voor Hem heersen…” Jes. 40:10
Het is belangrijk om te weten dat het woord dat met „arm“ is vertaald, afkomstig is van het Hebreeuwse woord dat „zaad“, „nakomeling“ of „zoon“ kan betekenen. Daarom is het nauwkeuriger om het vers als volgt te vertalen:
“Zie, de Heer God zal in kracht komen, en Zijn Zoon regeert vanuit Hem…”


