Toragedeelte: Ha’azinu (Luister!)
Toralezing: Deuteronomium 32:1-52
Profetische lezing: Hosea 14:2-10, Joël 2:11-27, Micha 7:18-20
In de Torahlezing van deze week staat:
“…Ik zal wraak nemen op mijn vijanden, en degenen die Mij haten, zal Ik vergelden.” Deut. 32:41
Hoewel G-d barmhartig en vergevingsgezind is, moet men begrijpen dat deze zaken aan voorwaarden gebonden zijn. Men moet via een verbond een relatie met HaShem aangaan, en zoals bij alle verbonden gelden er voorwaarden. Het deel van het geciteerde vers dat ik in deze blog wil benadrukken, is dat HaShems wraak gericht is op degenen die Zijn vijanden zijn, d.w.z. degenen die Hem haten. Veel mensen putten wellicht valse troost uit de gedachte dat zij geen vijand van G-d zijn omdat zij Hem niet haten. Hun fout is dat zij ‘haat’ definiëren volgens hun eigen begrippen in plaats van volgens bijbelse begrippen. Als iemand het karakter en de waarden van G-d niet omarmt, dan verwerpt hij deze dingen. Het Hebreeuwse woord שנא is afgeleid van een Semitische stam die letterlijk ‘wegduwen’ betekent. In het Engels is het woord beladen met emotie, maar de feitelijke oorsprong van het woord beschrijft geen gevoel, maar veeleer een cognitieve beslissing om iets of iemand te negeren, af te wijzen of de juiste waarde ervan niet te erkennen.
Als men de ware betekenis zou begrijpen, zouden veel meer mensen in de categorie vallen van degenen die G-d haten. Er zijn namelijk mensen die wel de zegeningen van G-d willen, maar die de dingen die HaShem belangrijk noemt en die Hij waardeert, niet omarmen of koesteren. Mag ik je aanmoedigen om bij je Bijbelstudie eens bij te houden wat God zegt dat Hij liefheeft, en jezelf vervolgens af te vragen of deze dingen ook voor jou belangrijk zijn? Met andere woorden: blijkt uit je gedrag dat je er waarde aan hecht?
Te midden van de conflicten tussen Israël en zijn vijanden hebben veel mensen die beweren en denken dat ze volgelingen van G-d zijn, uitspraken gedaan die in strijd zijn met de opvattingen van G-d zoals die in de Bijbel worden onthuld. Als Amerikaans staatsburger verbaast het mij hoeveel van onze presidenten zich de afgelopen dertig jaar als „christen” hebben geprofileerd, maar toch een beleid ten aanzien van Israël hebben gevoerd dat volledig in strijd is met de Schrift. De Schrift verklaart bijvoorbeeld op vele plaatsen dat God, voordat het Koninkrijk wordt gevestigd, het Joodse volk terug zal brengen naar het land en dat zij zich zullen vestigen op de plaatsen waar Joden vóór de Romeinse ballingschap woonden. Het is triest dat bijna elke natie (ik zeg ‘bijna’, maar ik kan geen enkel land bedenken waar dit niet voor geldt) van mening is dat het Joodse volk zich niet in Juda en Samaria mag vestigen. Dit zal sommigen misschien beledigen, maar ik denk niet dat een volgeling van Yeshua zo’n standpunt zou kunnen innemen als hij of zij de Bijbel had gelezen. Helaas maken veel gelovigen geen tijd vrij om het Woord van God te bestuderen. Zou dit een voorbeeld kunnen zijn van het niet hoogachten van de dingen die God belangrijk vindt?
Artikel geschreven door dr Baruch Korman


